Van stoken naar sturen

Hoe IVA Driebergen meer dan 30% per jaar bespaart op haar energieverbruik met slimme sturing van een gebouwbeheersysteem.

IVA Driebergen leidt op voor de mobiliteitsbranche. Meerdere locaties: klaslokalen, een kantine, een docentenkamer en een paar technische ruimtes. Een gebouw dat doordeweeks vol zit en daarbuiten leegstaat — en dat tot voor kort geen verschil maakte tussen die twee.

De situatie

Klaslokalen, een kantine, een docentenkamer en meerdere technische ruimtes. De warmte komt van ketels, aangevuld met losse heaters en airconditioning. Doordeweeks is het er prima toeven: warm tijdens de les, koel waar nodig.

Verwarming en ventilatie draaiden elk op hun eigen logica, los van elkaar. Niemand ervoer een probleem. Het gebouw deed het gewoon. En de energierekening was wat hij was — een vast gegeven, geen vraag.

 

Het onzichtbare probleem

  1. De ketels verwarmden het water naar een vaste, ruime temperatuur, ongeacht het weer. Op een zachte dag werd er harder gestookt dan nodig.
  2. Het gebouw hield zichzelf comfortabel op momenten dat er niemand was: ’s avonds, in het weekend, tijdens vakanties. Een school staat vaker leeg dan vol.
  3. Lokalen werden als één geheel verwarmd, terwijl de ene vleugel te warm kon zijn en de andere te koud. En niemand keek mee: geen data, geen overzicht.

30%

Minder energieverbruik

€11000

Lagere energiekosten

< 2

jaar terugverdientijd

Wat een gebouwbeheersysteem doet

Een gebouwbeheersysteem voegt geen vermogen toe. Het voegt regie toe. Het verbindt verwarming, ventilatie en koeling met sensoren en stuurt ze aan op wat er werkelijk nodig is. Dat gebeurt langs vijf lijnen.

Sturen op het weer — De watertemperatuur volgt de buitentemperatuur in plaats van vast hoog te blijven staan. Het gebouw stookt niet harder dan de dag vraagt.

Sturen op tijd en aanwezigheid — Verwarming en ventilatie volgen het lesrooster. Voor een school die veel vaker leegstaat dan in gebruik is, is dit de grootste knop.

Sturen per ruimte — Met zonering is elke ruimte apart te regelen. Geen heel gebouw meer overstoken om één koude hoek comfortabel te krijgen.

Sturen op luchtkwaliteit — Sensoren meten CO2 per lokaal. Vol ventileren bij een vol lokaal, terughoudend bij een leeg lokaal.

Niet tegen elkaar in werken — Verwarming en koeling worden op elkaar afgestemd. Het gebouw verwarmt en koelt nooit meer dezelfde ruimte tegelijk.

En het blijft sturen. Gebouwen verlopen: instellingen kruipen weg, gebruik verandert, een seizoen verschuift. Een systeem dat blijft meekijken houdt het gebouw ingeregeld en geeft een signaal zodra iets uit de pas loopt.

De analyse

Het energieprofiel gaf een helder beeld: de verliezen waren niet bouwkundig maar tijd- en gedragsgebonden. Geen nieuwe ketel, geen nieuwe gevel, geen zware investering. Het antwoord was sturing — een andere en aanzienlijk goedkopere conclusie dan vervangen.

De rolverdeling volgt het EOS-model. EOS voert de regie over data, analyse en advies. Een geselecteerde partner verzorgt de installatie. De gebouweigenaar houdt één onderbouwd besluit over, geen stapel offertes om te vergelijken.

Het resultaat

De prognose op basis van de analyse was 26% minder verbruik, circa € 6.500 lagere kosten per jaar en een terugverdientijd van 3,3 jaar.

De meterdata na oplevering liet zien dat het meer werd: 30,3% minder verbruik, € 11.036 lagere kosten per jaar, 8.175 m3 minder gas, en een terugverdientijd van 1,4 jaar.

En het comfort bleef. Lokalen warm tijdens de les, frisse lucht wanneer er mensen zijn. Niets wat docenten of studenten merken. De besparing speelt zich af op de achtergrond.